Er is veel gezegd en geschreven over het wel of niet afronden van de hoefwand. De stroming van Strasser rondt de hoefwand helemaal niet af. De methode van Jaime Jackson maakte tien jaar geleden een forse afronding, maar daar is Jackson van teruggekomen. Het afronden van de hoefwand moet niet te fors gedaan worden. Als er te veel van de hoefwand wordt afgehaald, dan loopt het paard alleen maar nog op de zool en komt alle druk op de zool en dat is niet de bedoeling. Bij te weinig afronding heb je kans op brokkeltjes en scheurtjes.

Bij de meest optimale situatie maak je om de week even de afronding van de hoefwand weer netjes. Alleen de buitenste hoefwand wordt een beetje afgerond, de binnenste hoefwand moet gelijk zijn aan de zool, of steekt een paar millimeter uit. Hieronder zie je op de doorsnede dat keurig alleen de buitenste wand is afgerond.

Hieronder zie je een foto waarvan de wand veel te kort is én de afronding ook veel te ver is gemaakt. Zo moet het dus niet!

Door het maken van een afronding in de hoefwand, wordt het afwikkelpunt van de hoeven verder naar achteren gelegd. Dit zorgt ervoor dat het paard makkelijker af kan rollen bij het afwikkelen en afzetten van de hoef. Zeker vergeleken met een hoefijzer onder de hoef, zonder opzet, scheelt dit aanzienlijk. De diepe buigpees moet harder werken als het afwikkelpunt verder weg ligt.