Er zijn goede bekappers en slechte, goede hoefsmeden en slechte, een diploma is geen garantie. Veel mensen worstelen met de vraag ‘hoe vind ik een goede bekapper?’ Nic Barker schrijft in zijn boek een aardig stuk over waar je op moet letten en wat signalen zijn dat je met een goede, of slechte, expert te maken hebt. Onderstaande tekst is een (vrije) vertaling uit zijn boek ‘performance hoof performance horse’:

Er zijn een hoop experts in de paardenwereld, goede, slechte, gekke, briljante en kansloze experts. Door de jaren heen heb ik een manier gevonden om te onderzoeken of iemand geschikt is, daarvoor heb ik vier vragen waar ik de expert aan onderwerp. Allereerst heeft de expert de kennis? Ik heb talloze klanten die graag over willen gaan op ijzerloos voor hun paarden, maar hun smid en veearts zeggen dat het niet kan. Hebben de smid en de veearts ervaring met paarden ijzerloos houden en rijden? Dezelfde vraag kun en moet je eigenlijk stellen bij je bekapper: “Heb je paarden en wat doe je ermee? Doen ze echt wat of zijn ze meer weidedecoratie?” Kijk ook goed naar de paarden van hun andere klanten, wat doen ze ermee en welke ervaring hebben ze met het werk van jouw bekapper.

Mijn tweede tip is kijk goed naar wat er werkelijk is. Praat je bekapper in moeilijke taal en gebruikt hij of zij ingewikkelde termen om te doen alsof hij/zij veel slimmer is dan jij? Fancy kleding is ook zoiets; tenzij je in de VS woont is een cowboyhoed beslist belachelijk en alleen maar onderdeel van het imago dat de expert in stand wil houden van zichzelf. Als je trainer, expert of bekapper een hekel heeft aan kritische vragen, moet je ook jezelf achter je oren krabben. Een goede expert is niet geraakt door een kritische vraag, die ziet het als uitdaging om de vraag te beantwoorden.

De derde tip is misschien erg afgezaagd, maar het paard is de werkelijke deskundige. Is je paard keer op keer kreupel of gevoelig na de bekapping en zit er geen opgaande lijn in, dan wordt het tijd om kritische vragen te stellen.

Mijn vierde punt is ‘goede bedoelingen’. Met goede bedoelingen alleen kom je er niet. Om het beste voor onze paarden te kunnen betekenen is het belangrijk om telkens weer vragen te stellen, bij te leren, te reflecteren en werken aan verbetering. Een symmetrische hoef is niet per se een hoef die in balans is. Een bekaptheorie kan nog zo mooi klinken, maar als deze bedacht is vanachter een bureau en getest is op slachthoeven en niet werkt in de praktijk, wordt het tijd om te onderzoeken wat wel werkt in de praktijk. Het paard heeft altijd gelijk.