Hoefkatrolontsteking of simpelweg hoefkatrol is een term die als vergaarbak wordt gebruikt om alle problemen in de achterste helft van de voet mee aan te duiden, want daar komt het in de praktijk toch vaak op neer. Het grootste probleem van de term hoefkatrolontsteking is dat hier vaak het advies ‘inslapen’ op volgt. Bij klinisch hoefkatrolontsteking loopt het paard pijnlijk op de achterste helft van de voet, maar is op röntgenfoto’s niets te zien. Bij de klasse 1 t/m 4 is er op de röntgenfoto’s deformatie te zien van het hoefkatrolbeentje. Er is alleen geen verband gevonden tussen de klasseringen en de mate van kreupelheid. Er zijn paarden met klinisch hoefkatrolontsteking die stokkreupel zijn en er zijn paarden die hoefkatrolontsteking fase 4 hebben en nog wedstrijden lopen.

Er wordt verondersteld dat er een mysterieuze ziekte het hoefkatrolbeentje aantast. Omdat op röntgenfoto’s alleen bot zichtbaar gemaakt kan worden, is dit ook het enige referentiepunt geweest in het onderzoek. Langzaam dringt door dat het geen botaandoening is die pijn veroorzaakt, maar dat schade aan het bot het gevolg is van problemen die zich afspelen in de achterste helft van de voet.

Onderzoeker dr. Rooney heeft honderden paarden onderzocht die overleden waren na de diagnose hoefkatrolontsteking. Het bleek dat de omliggende kraakbeen aangetast was, als het hoefkatrolbeentje beschadigd was. Hij kwam niet één geval tegen waarin het hoefkatrolbeentje in het beginstadium van de schade was en de omliggende weefsels niet beschadigd waren. Met andere woorden, het oorzakelijk verband bleek niet te kloppen en waarschijnlijk lagen oorzaak en gevolg andersom. Eerst ontstaat er schade aan het omliggende kraakbeen, daarna schade aan de diepe buigpees en daarna raakt pas het hoefkatrolbeentje beschadigd. Ook viel het hem op dat bij paarden met de diagnose hoefkatrolontsteking het hoefbeen een lagere dichtheid had. De hoefbeenderen hadden 40-60% minder massa dan gezonde. Zijn theorie is dat je dit botverlies kunt vergelijken met het verlies van botmassa bij ruimtevaarders. Als botten te weinig stimulans krijgen, te weinig tegendruk, gaan ze degenereren. (Rooney, 1998)

In bewegingsanalyses komt ook naar voren dat paarden gaan toonlanden. Dit is ook te zien met het geoefende blote oog, of anders met high-speed opnamen, tegenwoordig ook te maken met smartphones. Toonlanden is een signaal dat een paard pijn heeft in de achterste helft van de voet, of wanneer een paard (ver) achter de loodlijn gereden wordt, of gelongeerd wordt met bijzetteugels, z’n pas onvoldoende kan afmaken, waardoor het paard in de zweeffase niet ver genoeg naar voren komt met zijn voorbeen om de hoef in de goede positie te brengen voor de landing. Ook wanneer het afwikkelen van de hoef te lang duurt, doordat de toon te lang is, wordt het paard in zijn beweging gehinderd, daarbij komt dat een afwikkelpunt dat ver naar voren ligt, zorgt voor extra druk op het hoefkatrolbeentje, omdat de hefboom groter wordt.

Oorzaken van hoefkatrolontsteking

  • Rijden achter loodlijn, gebruik van bijzet- en hulpteugels
  • Overbelasting van de voorhand door springen
  • Pijnlijke hielen
  • Rotstraal
  • Te lange steunsels
  • Ondergeschoven hielen
  • Te lange teen
  • Intensief werk op harde ondergrond
  • Doorglijden van de hoef met ijzers op gladde harde ondergronden (asfalt)
  • Onderontwikkeld straalkussen
  • Onderontwikkeld kraakbeen
  • Te dunne zool
  • Onderontwikkelde straal
  • Onderontwikkelde steunsels
  • Onderontwikkeld hoefkraakbeen
  • Verkeerde huisvesting met te weinig bewegingsvrijheid
  • Verkeerde belasting en overbelasting op jonge leeftijd

Net als met hoefbevangenheid kan een volledig boek gevuld worden met oorzaken van hoefkatrolontsteking. Samengevat zijn botschade aan het hoefkatrolbeentje en toonlanden niet de oorzaak van het probleem, maar een gevolg van een probleem elders in de voet. MRI zou de mooiste oplossing zijn om te achterhalen wat de reden is dat een paard gaat toonlanden. Ware het niet dat MRI bijzonder kostbaar is. Een combinatie van röntgenfoto’s en bewegingsonderzoek aan de hand van highspeed opnames hebben daarom prijstechnisch gezien de voorkeur.

De eerste stap in genezing van hoefkatrolontsteking is voor de verschillende oorzaken gelukkig wel hetzelfde over het algemeen:

  • Pas de huisvesting aan van het paard; 24/7 buiten met zoveel mogelijk bewegingsvrijheid
  • Bel de veearts
  • Overleg of het verstrekken van pijnstillers zinvol is
  • Laat röntgenfoto’s nemen
  • Maak highspeedopnames
  • Probeer de oorzaak van het toonlanden/pijnlijke achterste helft van de voet te achterhalen
  • Hou het paard comfortabel met hoefschoenen en of beweging op zachte ondergrond
  • Regelmatig bekappen in kleine stapjes
  • Maak foto’s en high speed filmpjes, zodat de progressie gemonitord kan worden
  • Geef het paard beweging, het liefst lange stukken rechtuit en zo min mogelijk bochten

Observeer de hoef goed bij het bekappen. Het heeft geen zin om steunsels volledig terug te snijden, als deze over- of onderontwikkeld zijn. Een paard heeft stevige steunsels nodig om stevigheid te geven aan de achterste helft van de voet. Worden de steunsels te diep uitgesneden dan komen de krachten bij het landen van de hoef vooral op de hielen aan en worden deze te ver uit elkaar gedrukt. Hierdoor zal het paard nog steeds pijn hebben in de achterste helft van de voet en nog steeds blijven toonlanden. Ook hebben de steunsels een functie in het overbrengen van de energie die vrijkomt bij het landen van de voet, via de steunsels wordt de botsingsenergie doorgegeven aan de kraakbeenuiteinden in de hoef. Als een hoef verzwakt is in de achterste helft, aangetaste straal/straalkussen, zal de hoef compenseren door de achterste helft van de voet meer stevigheid te geven door meer steunsel te produceren. Steunsels bestaan uit hetzelfde materiaal als hoefwand, relatief onbuigzaam. Zo kan de hoef het verlies aan stevigheid door degeneratie van ander weefsel, deels compenseren. Alleen is dit niet de oplossing, want….

Te lange steunsels geven druk in het gebied rond het hoefkatrolbeentje en de diepe buigpees. Lange steunsels die als het ware een schutting vormen links en rechts van de straal zijn wel een indicatie dat de straal grote problemen heeft. De hoef compenseert zelf voor verlies van stevigheid in de achterste helft van de voet. Onderontwikkeld straalkussen, rotstraal of te ver terug gesneden straal kunnen hiervan de oorzaak zijn. Als deze lange steunsels in één keer worden terug gesneden, gaat het paard nog slechter lopen, omdat nu ineens veel meer druk op de straal komt en deze daar nog niet op voorbereid is. Waardoor het paard (weer) gaat toonlanden. Van de regen in de drup!

Belangrijk is dat na aanpassing van voeding en huisvesting het paard in beweging wordt gehouden op een zo comfortabel mogelijke manier. Hoefschoenen met eventueel pads kunnen daarbij uitkomst bieden. Dagelijks stappen aan de hand, lange stukken rechtuit over een vlakke ondergrond.

Wij zijn van mening dat lange steunsels niet DE oorzaak zijn van hoefkatrolontsteking, maar een gevolg van problemen in de achterste helft van de voet. Net als dat lange tijd werd gedacht dat de botschade te zien op röntgenfoto’s DE oorzaak zou zijn van hoefkatrolontsteking.

Er is niet één aanwijsbare oorzaak, maar wel één duidelijke overeenkomst bij alle hoefkatrolontsteking patiënten: Een gebrek aan draagkracht in de achterste helft van de voet, met als gevolg toonlanden, gepaard met lange steunsels en overbelasting van de diepe buigpees! Door het probleem bij de bron aan te pakken, de draagkracht van de achterste helft van de voet, kan het paard weer beginnen aan genezing en kan het vaak nog jaren mee.