Arabesk

Hoefverzorging, gebitsverzorging en dagcursussen

hoefproblemen, medisch

Integrale aanpak van PPID

Er komt gelukkig steeds meer aandacht voor de ouderdomsziekte PPID. Vroeger werd dit cushing genoemd, maar dit is eigenlijk niet helemaal juist, in de volksmond wordt dan met cushing ook eigenlijk PPID bedoeld.

Kenmerken

Het meest opvallende kenmerk en het best te herkennen kenmerk is een lange, soms gekrulde vacht bij paarden. Helaas heeft niet elk paard deze duidelijke kenmerken. Ook vagere klachten kunnen veroorzaakt worden door PPID; verlies van eetlust of juist een toename van eetlust, verminderde weerstand, traag helen van wondjes, ogen die sneller ontstoken raken en een verminderde weerstand tegen wormen. Paarden met PPID hebben vaak hogere eitellingen bij mestonderzoek en raken ook sneller herbesmet met wormen na behandeling met een ontwormingsmiddel dan gewone gezonde paarden.

Andere klachten kunnen zijn; vermageren, verlies van spiermassa of juist vetophopingen en gewichtstoename. In het eerste geval moet dan ook een eventuele wormbesmetting en of gebitsklachten ook onderzocht worden. In het geval van vetophopingen en gewichtstoename, kan de oorzaak ook insulineresistentie zijn, al dan niet veroorzaakt door overgewicht. Insulineresistentie en PPID gaan vaak hand in hand. Hoefbevangenheid kan bij oudere paarden ook veroorzaakt worden door PPID. Omgekeerd geldt dan ook dat de hoefbevangenheid niet te behandelen valt zonder ook de PPID aan te pakken.

Oorzaak

De oorzaak is een op hol geslagen klier bij de hersenen die de hormoonhuishouding regelt. Er wordt teveel stresshormoon geproduceerd als gevolg van beschadiging door ouderdom van de cellen in deze klier. Oorzaken worden gezocht in dezelfde hoek als de ziekte Parkinson bij mensen; een stoornis in de eiwitstofwisseling. Paarden met insulineresistentie lijken ook meer kans te hebben om PPID te ontwikkelen. Paarden met PPID hebben een overmaat aan stresshormoon in hun lichaam en een tekort aan dopamine.

Behandeling

Allereerst zal vastgesteld moeten worden dat het om PPID gaat. De meest gebruikte methode daarvoor is een ACTH-bepaling in het bloed. Omdat de ACTH waarde, het stresshormoon, ook beïnvloed kan worden door stress, is het belangrijk om het paard zo rustig mogelijk te houden tijdens de bloedafname. De ACTH-waarde is ook afhankelijk van het seizoen. In de herfst is de waarde, ook bij gezonde paarden, hoger dan in de rest van het jaar. Hou hier ook rekening mee als je de gratis test laat doen. De producent van prascend betaalt de onderzoekskosten van het lab, niet de voorrijkosten en de bloedafname. De fabrikant zal altijd een moment in het jaar kiezen waarbij de kans zo groot mogelijk is dat de ACTH-waarde verhoogd is, immers alleen voor niets gaat de zon op. De fabrikant is gebaat bij zoveel mogelijk afzet van prascend. Desalniettemin is het niet verkeerd om gebruik te maken van dit aanbod als er vermoeden bestaat dat het paard PPID heeft.

De mate van PPID en/of de ACTH waarde kunnen alléén bepaald worden aan de hand van bloedonderzoek en niet met behulp van alternatieve diagnostieken zoals de lecherantenne, een pendel of een wichelroede. Deze meetmethoden voldoen niet aan de voorwaarden van goede gevalideerde diagnostische meetmethoden, ze falen op nauwkeurigheid, herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid.

PPID is niet te genezen, alleen de gevolgen van de overproductie van het stresshormoon zijn te beperken met pergolide, verkrijgbaar onder de merknaam prascend. Prascend brengt de hormoonhuishouding weer in balans, waarbij de hoeveelheid stresshormoon teruggebracht wordt. Een overmaat aan stresshormoon richt enorme schade aan in het paard.

Uit ervaringen van paardeneigenaren blijkt dat het verstandig is om de hoeveelheid prascend geleidelijk op te bouwen om de bijwerkingen zoveel mogelijk te beperken. Bijwerkingen kunnen zijn vermindering van eetlust en in zichzelf gekeerd zijn. De prascend is vrij gemakkelijk in tweeën te breken, wat minder makkelijk in vieren. Je kunt het halve tabletje nog voorzichtig halveren met een schaar, of met een pillensnijder (verkrijgbaar bij apotheek), of het tabletje verpulveren en de helft van het poeder toedienen. Omdat de ACTH-waarde ook verandert met de seizoenen kan het verstandig zijn ook de dosis prascend aan te passen aan het seizoen. In het voorjaar en zomer liggen de ACTH-waarden lager en in de herfst nemen deze waarden toe. In het najaar zal mogelijk de dosis prascend hoger moeten liggen dan in het voorjaar en zomer. Het op en afbouwen van de dosering moet ook geleidelijk plaatsvinden. Wij merken duidelijk aan onze PPID paarden dat ze na de vachtwisseling in het voorjaar meer last krijgen van bijwerkingsklachten door prascend, waarschijnlijk omdat de ACTH-waarde van nature dan daalt. We passen dan de dosis aan, in stapjes van kwart tabletjes. Voor het najaar bouwen we de dosis weer op, want anders nemen de klachten als gevolg van de PPID weer toe; enorm lange vacht etc. Het is ondoenlijk om elke maand een ACTH bepaling te laten doen, dus kijk goed naar je paard, de uiterlijke kenmerken. Verliest je paard zijn eetlust en raakt ie in zichzelf gekeerd (en zijn andere kwalen uitgesloten) probeer dan eens met een kwart te verminderen.

Helaas zijn er geen kruiden bekend die de ACTH-waarde kunnen terugbrengen. Monnikspeper is een kruid dat vaak in combinatie genoemd wordt met PPID. Uit onderzoek is gebleken dat monnikspeper geen daling van de ACTH-waarde in het bloed gaf. Eigenaren gaven wel aan dat de kwaliteit van de vacht van het paard soms verbeterde.

Kruiden kunnen NOOIT een vervanging zijn voor het medicijn prascend!

Uit geen enkel onderzoek is ook gebleken dat alternatieve geneeswijzen zinvol zijn. Niet voor PPID, noch voor andere aandoeningen. Diverse alternatieve geneeswijzen blijken in onderzoeken nooit meer effect te hebben dan een placebo. Hier geld aan besteden is weggegooid geld en kan beter besteed worden aan prascend, aangezien dat al prijzig genoeg is.

Huisvesting

Paarden met PPID hebben al een teveel aan stresshormoon in hun bloed, dus is het belangrijk dat in de huisvesting van het paard zo min mogelijk extra stress is wat weer kan leiden tot extra aanmaak van dit stresshormoon. Huisvest het paard buiten in een stabiele kudde. Zorg dat het paard altijd rustig hooi kan eten, zonder dat het wordt weggejaagd door andere kuddeleden. Het liefst meer voerplekken dan er paarden zijn. Toegang tot wilgentakken of takken van populieren is ook een prima aanvulling. Ook moet het paard toegang hebben tot een schuilgelegenheid, ook als het onderaan in de rangorde staat.

Voeding

Het is belangrijk dat paarden met PPID gecombineerd met insulineresistentie zo weinig mogelijk suikers binnenkrijgen. Ook is het belangrijk om eventueel overgewicht terug te dringen. Magnesiumchelaat kan bijdragen aan het weer gevoeliger maken van cellen voor insuline. Sommige onderzoekers adviseren ook om een supplement van vitamine E bij te voeren aan paarden met PPID. Vitamine E als antioxidant. Chromium wordt ook genoemd als belangrijk element, omdat dit ook helpt bij een betere glucosebalans bij insuline resistente paarden.

Paarden met overgewicht die minder ruwvoer te eten krijgen om af te vallen, maar ook de magere PPID-paarden, moeten worden bijgevoerd met een goed supplement. Equi Life F4F is in onze ogen de beste optie daarvoor. Het supplement bevat alle belangrijke mineralen, magnesium, chromium en vanadium, maar ook bouwstenen die betrokken zijn bij hoefgroei. Ook zitten in dit supplement de stoffen tyrosine en fenylalanine, voorlopers van dopamine, de stof waar PPID paarden een tekort aan hebben. Dit supplement bevat geen suiker en geen zetmeel.

Uit wetenschappelijke studies blijkt dat oligofructose en inuline ook kunnen bijdragen aan het weer gevoeliger maken van cellen voor insuline. Oligofructose en inuline werken door de structuur als een soort prebioticum. De darmflora wordt gestimuleerd en daardoor wordt de aanmaak van waardevolle vetzuren vergroot. In witlofwortel komen oligofructose en inuline voor en nagenoeg geen ‘suikers’ zoals we die kennen van gras en krachtvoer. Vanwege het hoge gehalte aan water en kalium, is het verstandig om niet al te grote hoeveelheden witlofwortelen te voeren aan paarden. Witlofwortelen zijn verkrijgbaar bij veevoerhandelaren of koeienboeren.

Paarden die terugvallen in bespiering kunnen baat hebben bij meer eiwitrijkvoer. Grasbrok en luzerne brok bevatten relatief veel eiwit. Luzerne in brokvorm heeft de voorkeur, omdat uit recente onderzoeken is gebleken dat paarden maagzweren kunnen krijgen van gehakselde luzerne. Dit was weliswaar een onderzoek bij veulens, maar het geeft wel aanwijzingen in de richting van volwassen paarden ook. Bovendien zijn er gevallen van slokdarmverstopping bekend met gehakseld materiaal, aangezien de meeste oude paarden ook geen optimaal gebit hebben zullen ze dus ook meer moeite hebben met het fijnmalen van de harde gehakselde luzerne. Luzernebrok kun je eventueel weken, om meer vezels toe te voegen kun je het mengen met geweekte bietenpulp.

Je kunt je ruwvoer betrekkelijk eenvoudig laten analyseren op voedingswaarde, suikers en eiwitten. Pavo biedt een analyse voor een goede prijs-kwaliteit verhouding. Voor twee tientjes, de prijs van twee zakken biks, kun je de analyse laten doen. http://www.pavo.nl/essentials/producten/ruwvoer-quickscan

Een uitgebreide analyse kun je laten doen bij  Eurofins: http://eurofins-agro.com/nl-nl/product/voederwaarde/equifeed

Vachtverzorging

Veel paarden met PPID hebben een verstoorde vachtaanmaak. Niet alleen wordt de vacht langer, maar de vacht sluit ook slechter met regen. Bij normaal gezonde paarden vormt de vacht een soort dakpanconstructie bij regen waardoor het water ervan af glijdt en niet tot op de huid komt. Ook lijkt de vacht vaak minder huidvet te bevatten bij PPID paarden dan bij gezonder paarden, dit maakt de vacht ook minder waterafstotend. Het kan een goed idee zijn om een paard met PPID bij hevige regenval een regendeken om te doen. Als een paard in het voorjaar niet goed door zijn vacht heen komt en het te warm dreigt te krijgen kan scheren een optie zijn.

Hoefverzorging

Paarden met PPID hebben nog meer zorg nodig voor de hoeven, zeker als er sprake is van hoefbevangenheid. Bij hoefbevangenheid is het belangrijk dat de hoefwand in het toongedeelte afgerond wordt vanaf de witte lijn om in dat gedeelte de hoefwand vrij te houden van druk. Regelmatig bekappen is dan heel belangrijk, maar dat geldt ook voor paarden die niet bevangen zijn. Bij paarden met PPID is de kwaliteit van het hoorn vaak niet geweldig en zullen de hoeven sneller gaan brokkelen en scheuren. Een eigenaar moet ook zelf leren de hoeven te onderhouden, zodat de hoeven om de week een klein beetje worden bijgewerkt zodat de stand hetzelfde blijft. Leer zelf tussentijds de hoeven bijhouden met een cursus natuurlijk bekappen; www.natuurlijkbekappen.nl

Wormmanagement

Paarden met PPID hebben minder weerstand tegen wormen, raken sneller besmet met wormen en hebben over het algemeen hogere ei-uitscheiding. Met goed weidemanagement kan herbesmetting worden teruggedrongen. Ontwormen kan alleen met een regulier ontwormingsmiddel, kruidenpreparatenwerken niet! Doe regelmatig mestonderzoek om zo te monitoren of het paard een wormbesmetting heeft. Zelf mestonderzoek doen is prima te leren en maakt dat je veel vaker kunt onderzoeken of je paard wormen heeft; www.wormtest.nl

Samengevat

  • Laat je veearts vaststellen of je paard PPID heeft, d.m.v. uiterlijke kenmerken in combinatie met een ACTH bepaling in het bloed
  • Wees je er van bewust dat de ACTH waarde varieert met het seizoen
  • Prascend is het enige middel/medicijn dat de ACTH waarde kan terugbrengen
  • PPID kan samengaan met insulineresistentie; dring overgewicht terug, geef equilife F4F als supplement met magnesiumchelaat
  • Magere paarden met PPID; sluit wormbesmetting uit, laat het gebit nakijken op problemen, voer het paard eiwitrijkvoer bij als er terugval in bespiering is, voer equilife F4F bij
  • Leer zelf tussentijds de hoeven onderhouden
  • Leer zelf mestonderzoek doen
  • Laat een analyse maken van je ruwvoer

Bronnen:

http://www.ppidbijpaarden.nl/

Dietary supplementation with short-chain fructo-oligosaccharides improves insulin sensitivity in obese horses

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/m/pubmed/20870952/?i=2&from=/21496075/related

Equine Cushing’s Disease or Equine Pituitary Pars Intermedia Dysfunction (PPID) Keeping up with Evolution

http://wolfcreekequine.com/wp-content/uploads/2016/07/Cushings-Disease.pdf

 

4 Reacties

  1. maaike

    Hai Jantine,

    kun je mij de artikelen geven van de onderzoeken waar je het over hebt, waaruit blijkt dat ‘alternatieve/niet reguliere/complementaire” behandeling niet helpt? Ik ben namelijk erg geinteresseerd in wat er tot nu toe allemaal is onderzocht, hoe deze onderzoeken zijn opgezet en wat de resultaten waren.

    Met vriendelijke groet,
    Maaike

    • Jantine Leeflang

      Hallo Maaike,

      Het duidelijkste overzicht geeft ‘equine cushing’s disease or equine pituitary pars intermedia dysfunction keeping up with evolution’ S. Mende. Verder is uit een onderzoek met monnikspeper bekend dat de ACTH waarde niet daalde en alleen de vacht verbeterde, maar dit kan een subjectieve waarneming geweest zijn van de eigenaren. Een zoektocht door pubmed geeft geen enkel onderzoek naar alternatieve geneeswijzen op het gebied van PPID, maar van vele andere onderzoeken naar alternatieve geneeswijzen is nooit een werking groter dan die van een placebo aangetoond. O.a. http://www.kwakzalverij.nl/dossiers/homeopathie-al-200-jaar-onbewezen-kwakzalverij/
      En er is verder nog geen enkel onderzoek of voorschrift bekend waarbij de lecherantenne/biotensor valide resultaten gaf vergelijkbaar met die van bijv. bloedonderzoek. http://www.kwakzalverij.nl/over-ons/vaak-gestelde-vragen-frequently-asked-questions-faq/lezersvragen/een-natuurarts-met-een-biotensor/

      “Het faciliteren van kwakzalverij door de KNMvD staat in schril contrast met de Evidence Based diergeneeskunde zoals aan dierenartsen wordt onderwezen bij de enige dierenartsenopleiding in ons land, de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. De houding strookt ook niet met de Code voor de Dierenarts en met de door de KNMvD zelf gepredikte borging van de kwaliteit van de veterinaire zorg, stelt de jury in haar onderbouwing. De houding van de beroepsvereniging staat bovendien haaks op de visie van de faculteit Diergeneeskunde die de toepassing van alternatieve behandelwijzen als onprofessioneel gedrag beschouwt omdat het onverenigbaar met wetenschap onverenigbare paradigma’s is.”
      http://www.kwakzalverij.nl/nieuws/meester-kackadoris-prijs-2016-voor-dierenartsenverenieuwe-article-page/

      groeten,

      Jantine

  2. maaike

    Beste Jantine,

    bedankt voor je reactie.
    De genoemde links verwijzen helaas geen van allen naar wetenschappelijk bewijs dat complementaire geneeskunde of kruiden niet werken (om ACTH te verlagen). Gewoon een verhaaltje van 1 mevrouw en een algemeen verhaal over dat homeopathie niet zou werken. Daar zou ik dus graag een link naar een echt wetenschappelijk onderzoek willen zien die jouw bewering ondersteund.

    Vergeet bovendien niet dat dingen die nog niet bewezen zijn, in de toekomst niet alsnog bewezen kunnen worden. Voordat bewezen was dat de aarde rond was, was deze niet plat…. Hij is niet pas rond geworden op het moment dat dit ontdekt was. Daarnaast zijn veel reguliere medicijnen ook gebaseerd op producten uit de natuur.
    Complementaire geneeswijzen kun je tenslotte ook niet allemaal over 1 kam scheren en zeker ook niet alle therapeuten (homeopathie, acupunctuur etcetc zijn totaal verschillende zaken).

    Vriendelijke groet,
    Maaike

    • Jantine Leeflang

      Het feit dat er geen onderzoeken waarbij een werking is aangetoond is een teken aan de wand, er zijn wel stapels onderzoeken bekend waarin geen enkele werking is aangetoond.

      http://www.knack.be/nieuws/gezondheid/studie-homeopathie-werkt-bij-0-van-68-onderzochte-ziektes/article-normal-668629.html
      en
      https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20402610

      Voor al die alternatieve geneeswijzen geldt dat ze ook prima zelf wetenschappelijke studies kunnen doen. Geef mij eens 5 publicaties van een onderzoek waaruit wél een werking is gebleken. En niet beginnen over samenzweringen van de farmaceutische industrie en omkopen van onderzoekers. Producenten van alternatieve geneesmiddelen kunnen namelijk ook prima zelf onderzoeken doen en die publiceren. Het fijne aan onderzoek is, dat het allemaal op ongeveer dezelfde manier gaat. Je neemt twee groepen van 50 patiënten en je geeft de ene groep een placebo en de andere het geneesmiddel, of zelfs nog een derde groep die niets krijgt. Wel dubbelblind, zodat en de arts en de patiënt niet weten of ze een placebo of het middel hebben. En dan kijken of er statistisch significante verschillen te meten zijn. Maar kennelijk wil dat toch nog steeds niet erg lukken. VSM en Vogel zijn groot genoeg om een dergelijk onderzoek te financieren.

      Het voortschrijdend inzicht dat de aarde rond was maar niet plat, kwam omdat met eerst uiting van geloof (mens en aarde zijn middelpunt) en later de waarnemingen door onderzoek wezen op een ander feit; de aarde was rond. Juist het onderzoek doen, waarnemingen doen leidt tot een nieuw inzicht. Maar dan moeten die waarnemingen er wel aantoonbaar zijn. Je kunt alle bewegingen van planeten ook beschrijven vanuit een platte aarde concept, maar dat is vele malen ingewikkelder, dus vervalt die optie. Bepaalde inzichten kwamen voort uit geloof; platte aarde, schepping etc en zijn later allemaal weerlegd door wetenschap; ronde aarde en evolutie. Al gaat het soms ook de andere kant op; recent is er een platte aarde conferentie geweest van mensen die geloven in de platte aarde en dat de ronde aarde één grote samenzwering is van overheid en onderwijs en Turkije schaft ook de evolutieleer af. Wodan maakte plaats voor elektriciteitsleer etc.

      Feit blijft dat medicijnen en middeltjes uit de natuurgeneeswijzen op oncontroleerbare manier zijn ontstaan. Via verhalen, ervaringen of op uiterlijk van de plant. Longkruid lijkt op een long en is dus goed voor de luchtwegen etc etc etc

      De farmaceutische industrie staat onder strenge controle en moet volgens bepaalde protocollen de werkzaamheid en bijwerkingen vaststellen. Eerst met gewone proeven, dan dierproeven (ja helaas..) en vervolgens als alles afgedekt is mag het getest worden op mensen.

      Het duurt gemiddeld 12 jaar om van een werkzame stof een geneesmiddel te ontwikkelen. De eerste jaren gaan op aan onderzoek naar werkzame stoffen: de preklinische fase. Daarna volgt uitgebreid klinisch onderzoek: onderzoek naar de veiligheid van de stof bij een kleine groep gezonde vrijwilligers. Dan wordt de stof getest op een kleine groep patiënten en tot slot op honderden tot duizenden patiënten.

      Slechts een op de 10.000 mogelijk interessante moleculen komt uiteindelijk als geneesmiddel op de markt.

      Natuurgeneesmiddelen worden niet op deze manier benaderd, niet omdat het expres buiten de poort gehouden wordt, maar omdat het niet werkt. Als je hoofdpijn hebt kan je heel natuurlijk op een stukje wilgenbast kauwen en dan krijg je wat salicylzuur binnen, waar je weer maagpijn van krijgt. Je kan ook een aspirientje nemen; acetylsalicylzuur. Ze hebben er een groep aangeplakt; acetyl. Daarmee vervallen de vervelende bijwerkingen, hoewel je geen natuurproduct slikt maar een ‘chemisch’ medicijn. Chemisch klinkt gelijk al heel eng in veel oren.

Reageren is niet mogelijk

Thema door Anders Norén