Je kunt er zo drie noemen; stalgenoten die allerlei supplementen bijvoeren aan hun paard. Niet omdat het paard ziek, oud of anderzijds ongezond was, maar omdat het paard het ‘er zo goed op doet’. Dikke kans dat deze eigenaren in de bangmakerij van voer- en supplementenfabrikanten getrapt zijn. In elk paardentijdschrift dat je openslaat staan meerdere advertenties over brokken, muesli en supplementen. Steeds vaker zie je kreten als ‘met natuurlijke ingrediënten’ of ‘minder granen’ of ‘met extra magnesium’. Een bepaald voer of een supplement wordt niet verkocht, omdat het gezond is voor je paard, maar omdat de fabrikant ervan er aan verdient.

Zo is al enige tijd bekend dat knoflook ongezond is voor je paard, ze kunnen er bloedarmoede van krijgen, toch wordt dit nog steeds verkocht als supplement voor paarden, omdat mensen knoflook nog steeds associëren met gezondheid. Al die advertenties en gesponsorde artikelen over voeding en supplementen hebben ook als effect dat paardeneigenaren zich onterecht zorgen gaan maken over hun paard. Wie de catalogus van de paardendrogist er op naslaat, zal bij het doorbladeren beslist het gevoel krijgen dat zijn of haar paard tekort gedaan wordt. Fabrikanten maken handig gebruik van het placebo effect. Het eerste is de neiging van mensen om bij een middel waarvan geen enkele werking is aangetoond, toch een positief effect op de gezondheid van het paard toe te schrijven.

Op de website paardnatuurlijk waar duidelijk bij het product magnesium uitgelegd staat voor welke klachten magnesium een oplossing zou kunnen zijn (insuline resistentie en hoefbevangenheid) en waar alle informatie te vinden is waarin te lezen is dat biks en muesli geen goed idee zijn staan notabene reacties als “ik geef mijn paard de magnesium door de muesli en ik het het idee dat hij minder stijf is nu” en “ik meng de magnesium met knoflook en appelazijn het werkt super” en “mijn paard is een stuk rustiger geworden”. Er worden veranderingen toegeschreven aan het voeren van een supplement, die ten eerste nooit bewezen zijn in onderzoek en ten tweede zijn toe te schrijven aan normale variaties in gedrag en condities van het paard.

Supplementen zijn ook onderhevig aan mode. Lange tijd was het in de mode om knoflook te voeren tegen zomereczeem, betere vacht etc. Iedereen praat elkaar na op paardenfora en begint knoflook te bestellen. Als je geld uitgeeft aan je paard wil je daar ook graag het resultaat van zien, ‘waar voor je geld’ en is men geneigd om toevallige positieve veranderingen in gedrag of conditie toe te schrijven aan het supplement en volgt er een zichzelf bevestigend proces “ja bedankt voor de tip ik heb gezien dat mijn paard meer ging glimmen/beter ging lopen/rustiger/soepeler is geworden door de knoflook”. Toen eenmaal bekend werd dat er vervelende bijwerkingen aan knoflook voor paarden zat, verdween knoflook al snel via de achterdeur.

Een ander veel voorkomende marketing truc is om onderzoeken waarin in aangetoond is dat een tekort aan een bepaalde voedingsstof gebruikt of eigenlijk misbruikt wordt om dan maar te redeneren dat het toevoegen van de voedingsstof het omgekeerde positieve effect zal hebben. Zo is het gegaan bij biotine. Een tekort aan biotine heeft als effect dat de hoefkwaliteit achteruit gaat, dus werd biotine verkocht als middel om hoefkwaliteit te verbeteren. Echter uit geen enkel onderzoek is gebleken dat biotine bijvoeren een positief effect heeft. Hoefkwaliteit wordt met name beïnvloed door huisvesting, ruwvoer en vooral geen muesli of brokken en de frequentie van bekappen.

Op paardenvoer worden niet voor niets termen als ‘natuurlijk’ ‘zonder kunstmatige toevoegingen’ en ‘minder zetmeel’ gebruikt. Fabrikanten gebruiken elke gezondheidshype doelbewust om hun afzet te vergroten. Een fabrikant is niet gebaat bij het verstrekken van objectieve informatie en heeft ook geen belang bij het doen van onderzoek naar effecten van supplementen. Fabrikanten zijn wel geïnteresseerd hoe wij als mens reageren op reclame en doen doen daar vooral onderzoek naar. De consument wordt zo gehersenspoeld om positieve associaties te krijgen bij ongezond voedsel voor paarden. Door een beetje minder suiker toe te voegen, of de haver weg te laten, kan er weer een reclame campagne gestart worden om dezelfde muesli, waar nog steeds ongewenste producten als sojaschroot en ander afval uit de voedingsindustrie in zitten, aan de man te brengen.

Mensen zijn enorm beïnvloedbaar als ze de bron van informatie vertrouwen, daarom wordt er vaak een topruiter bij gehaald die iets positiefs zegt over het product. Mensen trekken dan al snel de conclusie dat het wel een goed product moet zijn want topruiter X presteert zo enorm goed. Dat de topruiter domweg gesponsord wordt door de fabrikant dringt bij veel mensen niet zo door. Hoe vaker een bepaalde boodschap herhaald wordt, hoe geloofwaardiger die wordt. Behalve een advertentie over het product, staan er ook regelmatig semi informatieve stukken in de paardenbladen over voeding en supplementen. Mensen lezen dit en de informatie gaat een eigen leven leiden op paardenfora en op pensionstallen, mensen beginnen elkaar na te papegaaien en binnen de kortste keren  is het gebruik van een bepaald supplement algemeen geaccepteerd en wordt zelfs als noodzakelijk beschouwd. De nieuwste trend is dat de voerfabrikanten uit alle macht proberen aan te tonen dat in ruwvoer niet altijd alles in de optimal verhoudingen zit. Dat hoeft gelukkig ook niet, paarden zijn dieren die zich evolutionair hebben aangepast aan zeer schrale voeding in gebieden met weinig begroeiing. De kans dat een paard in ons land juist teveel voer binnenkrijgt is veel groter dan een eventueel tekort. Een trend die nu zichtbaar is, is dat eigenaren een mengsel van bietenpulp, zemelen en luzerne gaan voeren in plaats van biks en muesli. Op zich een vooruitgang, maar eigenlijk totaal niet nodig. Een paard kan prima leven op alleen hooi. Het mengsel is eerder voor paarden die mager zijn door ziekte of (onherstelbaar) slecht gebit.

Mensen vertellen elkaar nu ook steeds vaker dat je beslist een ruwvoer analyse moet doen en dan eventueel dan een suppelement voeren. Of erger nog, ze gaan zonder onderzoek voor de zekerheid iets bijvoeren. De opname van mineralen en vitaminen is een zeer complex proces en inzichten over wat de dagelijks aanbevolen hoeveelheid van een voedingsstof moet zijn verandert ook continu. Even logisch nadenken: ga je zelf ook elke ochtend met drie of vier soorten pillen van supplementen aan het ontbijt zitten omdat je eigen maaltijd misschien wel niet elke dag precies dat bevat wat je volgens de richtlijnen nodig hebt. Ook hier geldt weer, we lijden eerder aan overvoeding dan ondervoeding. Hier geldt ook weer kennis is macht!

Paarden tijdschriften zullen nooit onafhankelijke informatie verstrekken, want een tijdschrift draait vooral op adverteerders en ‘bijt nooit de hand die je voedt’. Het is niet zo slim om een artikel te schrijven over de negatieve effecten van biks en muesli als je hoofdadverteerder deze producten aanprijst in de advertenties. Niet voor niets is heeft de consumentenbond een reclamevrij tijdschrift, daarmee hou je jezelf onafhankelijk van de invloed van adverteerders die andere belangen hebben dan het verspreiden van kennis. Voor inhoudelijke onafhankelijke kennis is een tijdschrift geen goede bron, veel paardenfora ook niet, want de kennis van de gemiddelde paardenbezitter bestaat meestal uit de informatie afkomstig uit diezelfde tijdschriften.

Kijk bij elke bron welke belangen de schrijver eventueel zou hebben en kijk ook eens kritisch naar de opleiding van de ‘deskundige’ die aan het woord is. Niet zelden is een ‘voedingsdeskundige’ iemand die heeft leren wichelroedelopen op verschillende soorten voer. En misschien nog simpeler: als je paard netjes op gewicht is en niks mankeert is hij misschien gewoon oke! Je paard zou ook gewoon gezond kunnen zijn!

 

Jantine Leeflang