In vergelijking met verwilderde paarden is het menu van een gedomesticeerd paard heel anders. De meeste paarden in gevangenschap krijgen een paar maaltijden per dag. De maaltijden bestaan voornamelijk uit geconcentreerd voer (biks, muesli’s etc.) en enkele plakken hooi, voordroog of kuil. In het wild levende paarden grazen de hele dag door en hebben de beschikking over voer met relatief grote hoeveelheden water (vers, nog groeiende planten/gras), oplosbare eiwitten, vetten, suikers en vezels en verwaarloosbare hoeveelheden zetmeel. Biks en muesli’s bevatten juist veel zetmeel en weinig water en het gedroogde ruwvoer bevat ook weinig water.

De bovenlip van het paard is sterk en gevoelig en wordt tijdens het grazen gebruikt om het ruwvoer tussen de tanden te krijgen en van daar uit werkt de tong het naar de kiezen die werken als een soort molenstenen die het voer vermalen en mengen met speeksel. In tegenstelling tot herkauwers heeft een paard snijtanden boven en onder, wat maakt dat ze begroeiing veel korter kunnen afgrazen dan bijvoorbeeld koeien. Paarden hebben een veel grotere inname en doorvoer van voedsel dan herkauwers, hoewel het aantal kauwbewegingen ongeveer gelijk is (zo’n 73-92 keer per minuut voor paarden en 73 tot 115 per minuut bij schapen). Dat betekent dat een paard langer moet grazen om eenzelfde hoeveelheid voedsel vrij te maken.

De kiezen van het paard vermalen het ruwvoer tot deeltjes van ongeveer anderhalve millimeter lengte, als een gebit gezond is. Het aantal kauwbewegingen dat nodig is voor hooi, ligt vele malen hoger dan voor krachtvoer. Om 1 kg hooi te vermalen zijn 2 a 3 x zoveel kauwbewegingen nodig, als bij het verwerken van 1 kg krachtvoer.

De vorming van haken op de kiezen is bij paarden die veel krachtvoer eten veel waarschijnlijker, omdat de kiezen veel minder maalbewegingen maken en dus minder afslijten. Haken op de kiezen kan vervelende gevolgen hebben, ten eerste kan het paard steeds moeilijker het voer fijnmalen, maar de haken kunnen ook de tong en het wangslijmvlies beschadigen. Hiernaast is schematisch weergegeven hoe haken op de kiezen eruit zien bij een dwarsdoorsnede van het gebit.

Een gezond gebit is essentieel voor de goede werking van het verteringsstelsel van het paard, veel meer nog dan bij een mens. Verstoppingen, koliek en te mager blijven kunnen veroorzaakt worden door een slecht werkend gebit. Ook de opname van voedingsstoffen uit het ruwvoer wordt bemoeilijkt met een slecht gebit, doordat het eten niet fijn genoeg gemalen aankomt in de maag en darmen. Als een paard voedsel in de mond heeft wordt er pas speeksel geproduceerd, bij mensen is dit anders, wij produceren ook speeksel als wij niet eten. Speeksel bevat stoffen die een bufferende werking (zie uitleg in kader) hebben in de maag wanneer het gemalen voedsel dat vermengd is met speeksel, aankomt in de maag. Het plaatsen van een bit in de mond van het paard, brengt overigens ook het eetreflex op gang en er wordt speeksel geproduceerd.

Wanneer een paard drinkt, wordt het water langs de wand van de maag geleid om zo verdunning van het voedsel en de spijsverteringssappen te voorkomen. In de maag wordt wel continu zoutzuur aangemaakt, dat betekent dat wanneer de maag leeg is en er geen aanvoer is van voedsel vermengd met speeksel (en speeksel wordt niet aangemaakt als het paard niet eet!), de pH (zuurgraad, meer uitleg zie kader onderaan) kan dalen tot een waarde van 1,5 tot 2. Wanneer er wel speeksel en voedsel in de maag komen stijgt de pH (wordt minder zuur) tot 5,4 en 2,6 in verschillende gedeeltes van de maag. Deze pH is noodzakelijk om alle spijsverteringssappen goed hun werk te kunnen laten doen, bij een te lage pH wordt de werking verstoord, maar ook bij een te hoge pH. Bij inname van krachtvoer stijgt de pH tot waarden van 5,6 tot 5,8 en blijft ook enkele uren na de inname van krachtvoer zo hoog. Doordat krachtvoer veel na vele minder kauwbewegingen in de maag terecht komt, is het ook minder vermengd met speeksel en hoopt de droge stof zich op in de maag. Dit kan samen met de verstoorde pH zorgen voor de groei van bacteriën in verkeerde gedeeltes van de maag die weer ziektes kunnen veroorzaken bij het paard. Het verstrekken van maaltijden, waarbij in de tussenliggende tijd gevast wordt, zorgt voor enorme pH schommelingen in de maag van het paard. Enerzijds veroorzaakt een te lage pH in de maag, maagzweren, daaropvolgend na een maaltijd met krachtvoer stijgt de pH tot waarden waarbij verkeerde bacteriën kunnen floreren.