Polder paarden paradijs

Een werkbaar compromis voor Nederland

Paarden lopen in het wild niet willekeurig over de open vlakte. Ze houden zich aan een vast pad dat ze leidt naar eten, drinken en beschutting. Telkens komen ze na een lus van enkele kilometers weer terug. In gedomesticeerde situaties zie dat soms ook bij schapen, koeien en paarden. Ze slijten een vast pad uit in het weiland, waarlangs ze telkens bewegen.

Paarden in het wild lopen zo´n 30 km. In een rechthoekig weiland waarin de meeste paarden leven in Nederland, loopt een paard maar zo´n 5 km al grazend. Een rechthoekig weiland is voor een paard op geen enkele wijze uitdagend, waar hij ook kijkt overal ziet hij hekken staan en alles is binnen handbereik: voedsel, drinkwater, vrienden en meestal ook de schuilplaats, dus waarom zou hij gaan bewegen?

Het lopen langs een pad kun je in je weiland nabootsen door een pad rondom af te zetten, zodat de paarden hier langs moeten bewegen. Het aardige is dat paarden niet verder vooruit kunnen denken dan zo’n 10 a 15 meter. Hoe ze moeten omlopen en wat de kortste route is, denken ze niet over na. Ze beginnen gewoonweg te bewegen en hun vaste route brengt ze uiteindelijk bij alle voorzieningen. Door de voorzieningen aan verschillende uiteindes van je weiland te zetten, stimuleer je de paarden tot meer beweging over het pad. Het pas zorgt er op twee manieren voor dat de paarden meer kilometers lopen. Ten eerste ze kunnen niet de kortste route kiezen in een rechte lijn naar de voorziening, ze moeten buitenom. Ten tweede, omdat ze nu hekken náást zich zien in plaats van voor zich, zijn ze geneigd om meer te gaan bewegen en na een meter of 10 a 15 weten ze toch niet meer waar ze vandaan kwamen en lopen rustig door. Dit systeem is bedacht in de V.S. waarbij de ondergrond vaak rotsbodem is en de oppervlaktes voor paarden veel groter. Toch is het systeem met enige creativiteit voor ons polderlandje waar de grond duur en schaars is en ook vaak nog eens ontzettend nat, wel toe te passen. Een vaste paddock paradise aanleggen hebben wij nooit gedaan, omdat we het land ook toegankelijk willen houden voor trekkers en andere grote apparaten van het loonbedrijf. We hebben een combinatie gemaakt van het paddock paradise systeem en strookbegrazing. Een polder paarden paradijs; letterlijk en figuurlijk. Bij polderen zoek je tenslotte ook naar het best werkbare compromis.

Als je in je mobiele polder paradijs tegelijkertijd wilt strookbegrazen kun je dat als volgt doen. Zet het middendeel van je weiland af, door een enorm lang schrikdraad te spannen, waarbij er een pad rondom van een meter of 2 overblijft. Afhankelijk van de stabiliteit van je kudde. Onze kudde bestaat uit zeven paarden en is zeer stabiel, daardoor kan ons pad versmald worden tot een meter. Bij pension paradijzen raden we bredere paarden aan, i.v.m. wisselende samenstelling van de kudde. Plaats drinkbak en andere voorzieningen zo ver mogelijk uit elkaar. Met het draad rondom trek je een vierkantje naar binnen toe. Dit vierkant schuif je elke dag op. Zie plattegrond 1 en 2.

Alles wat vol gepoept is, wordt ook automatisch daardoor weer afgesloten. De mest kun je met een zitmaaier uitslepen door de mest te maaien en eventueel een sleep erachter. Dan heb je meteen ook de hoge plukken gras weggemaaid, wat er voor zorgt dat eventueel uitgepoepte wormeitjes zo snel mogelijk uitdrogen en sterven. Dit scheelt weer in de infectiedruk en herbesmetting van je paarden met wormeitjes. Bovendien voorkomt dit systeem overbegrazing. Na een dag sluit je het pas afgegraasde deel al weer af en krijgt het gras tijd om bij te komen. Als je weiland groot genoeg is, kun je zelfs het binnenste gedeelte van het gras maaien en laten hooien. Heb je meteen een hooivoorraad voor de winter!

Koop enorm veel draad, een haspel, stevige hoekpalen en een mobiel schrikdraadapparaat op een accu.

Wij gebruiken dun schrikdraad (op de haspel op de foto zit lint, dat raden we af), omdat dun schrikdraad breekt als er wat aan de hand is. Bovendien staat het netter dan lint. Lint is in Noord-Holland niet te doen, het vangt teveel wind en klappert alle kanten op. Af en toe breekt het draad en kun je alle paarden opvissen uit het grote land, maar dan veeg je ze weer op de track en bind je de draadjes weer aan elkaar.

Plastic palen zijn minder geschikt, ze worden door UV-licht na enige tijd minder sterk en gaan breken. Bovendien ziet een weiland vol witte prikpaaltjes er ontzettend lelijk uit. De ijzeren paaltjes zijn net zo duur en gaan veel langer mee en vallen minder op. Voor shetjes of schapen kun je nog een onderdraad erop zetten met een hulpstukje. Om te voorkomen dat je gewone paaltjes krom buigen onder de spanning van het schrikdraad bij een hoek, kun je stevige ijzeren hoekpalen gebruiken. Die kun je met je eigen gewicht in de grond stampen en als je het draad er even omheen slaat dan kunnen ze best veel spanning opvangen.

Op deze foto zie je de paaltjes en draad amper, dus een voorbijganger (ijverige ambtenaar) kan zich niet storen aan de ‘verrommeling van het landschap door al die paarden’.

Met een beetje prutsen is een schrikdraad apparaat om te bouwen zodat je een oude auto accu kunt aansluiten. Het fijne daarvan is dat ze weinig kosten bij de sloop en als je er meteen twee haalt kun je ze om en om opladen met een acculader (en heb je meteen een reserve accu voor als de accu van je auto zonder prik zit).

LET OP! Met schrikdraad werkt het net even anders dan met een gewone ‘stroomkring’. Bij een gewone stroomkring moet je altijd een gesloten kring hebben, bij schrikdraad juist niet! Aan de ene kant zet je het draad vast op een ijzeren hoekpaal, aan de andere kant heb je je haspel. Zorg dus dat schrikdraad altijd doodloopt. Kijk uit dat het draad nergens contact maakt met gras of de grond, want dan lekt al je spanning weg. Er zijn handige apparaatjes te koop waarmee je de spanning kunt meten op je draad. Hoe verder je van de bron zit, hoe lager de spanning wordt. Zet je apparaat strategisch neer; daar waar elke dag een stuk gras bijgegeven wordt is de kans op doorbreken het grootst. Daar duwen paarden met dikke manenkammen zich anders gewoon onder het draad door.

Ook in de winter hanteren we een soortgelijk systeem, maar we hebben dan een eenzijdige track, of gewoonweg een pad aan één kant van het weiland. Dat pad is verhard, zodat de paarden niet tot hun knieën in de klei zakken. Zolang het graasgedeelte niet te lang belopen wordt en de paarden de wortelmat niet kapot trappen, komt het gras in het voorjaar gewoon weer op. Dit stuk was aardig zwart van de winter:

Mooi lang gras met van alles en nog wat erin, zodat de paarden gevarieerd eten en niet van biljartlaken gras, dat zeer eenzijdig is en zeer ongezond.

Meer kilometers!

Met behulp van een GPS-datalogger heb ik onderzocht hoeveel kilometer de paarden per etmaal lopen in een stal, een vierkant weiland, een weiland met een enkel pad (twee voorzieningen aan beide uiteindes verbonden met een smal pad) en een bewegingsparadijs waarbij er een pad rondom loopt. Hieronder de resultaten:

Systeem Aantal kilometer per etmaal
Stal 0,5
Vierkant weiland  5
Weiland met enkel pad 10
Bewegingsparadijs 15

Hiermee zit je al op de helft van wat een paard in de natuur loopt, in plaats van dat je op 1/6 of 1/12 deel zit! Van 17% naar 50% van de hoeveelheid beweging die een paard in het wild zou hebben.

Hieronder zie je een foto van ons (vorige) weiland, waarbij de paarden al tweemaal klokje rond (tegen de klok in) alles afgegraasd hebben en waarbij in juni het middendeel ook nog is gehooid:

Google maps had op een geven moment ook door dat er een paddock paradise verschenen was haha!

Helaas werd dat weiland verkocht, maar we hebben nu een nieuwe wei die we mogen gebruiken. Alle spullen die we hadden voor een mobiele PP konden we gewoon hier opnieuw uitzetten. Er is nu een verbinding vanaf de zandpaddock (slapen, rollen, zandbadderen) naar de rust- en drinkplek onder de bomen (daar zijn ook bergjes waar ze op spelen) en een pad naar het graasgedeelte dat elke dag opschuift (bovenin). We hadden er ook voor kunnen kiezen om het meteen rondom af te zetten, maar dit jaar pakte het zo uit.

Aan huis hebben we weer een andere situatie, ongeveer eenzelfde oppervlakte aan land, maar een andere indeling. Dit land is 30 m breed en 250 m lang. Dit systeem hanteren we in de winter. Het graasgedeelte start links achterin en schuift dan steeds dichter naar de paddock toe. De paddock staat vrijwel altijd open, slechts enkele dagen per jaar als het echt heel erg nat is, is het pad naar de wei afgesloten.

Kortom, voor elk perceel met wat voor vorm dan ook is met een hoop draad en veel paaltjes altijd wel een polder paradijs voor paarden te maken.

Veel succes!

Jantine Leeflang