Als docent natuurkunde (en scheikunde), maar ook als cursusleider natuurlijk bekappen, krijg je te maken met misconcepten van je studenten. Misconcepten komen bij alle vakken en leeftijden voor. Een bekend misconcept bij kleuters is bijvoorbeeld dat een lang, smal hoog glas meer limonade bevat dan een breed laag glas (met dezelfde inhoud). Bij natuurkunde is een bekend misconcept dat leerlingen maar moeilijk te overtuigen zijn van het feit dat een loden kogel van 1kg net zo snel valt als een loden kogel van 2kg. Sterker nog, in vacuüm zullen een loden kogel en een ganzenveer even snel vallen, alleen de hoogte van het voorwerp en de grootte van de zwaartekracht zijn van invloed op de valsnelheid. Ze hebben het op de maan getest met een hamer en een veer (en ja ze zijn echt op de maan geweest en nee dit is geen decor of trucage)

Een ander bekend misconcept is dat leerlingen denken dat je links en rechts van een lampje een andere stroomsterkte meet, omdat iedereen altijd spreekt over ‘stroomverbruik’. Bij scheikunde is een bekend misconcept dat leerlingen bij het zien van een atoommodel waarbij het elektron een flink eind bij de kern vandaan getekend is, dat daartussen lucht zit.  Ook in de cursus natuurlijk bekappen besteden we aandacht aan misconcepten.

Hoefbeen

Een daarvan is dat een hoefbeen in een doorsnede van de hoef er anders uitziet dan wanneer je naar het complete hoefbeen kijkt. Bij een doorsnede van de hoef, kijk je alleen tegen het midden van het hoefbeen aan.

In het midden is het hoefbeen hol, daardoor lijkt het alsof het hoefbeen schuin staat in de doorsnede. (De witgroene pen geeft aan hoe de holling van het hoefbeen loopt vanaf de zijkant gezien)

Als je een projectie maakt van het hoefbeen, zoals met een röntgenfoto gebeurt, zie je het hele hoefbeen, dus ook de zijkanten. Een röntgenfoto zou je kunnen beschouwen als een schaduwfoto waarbij alleen de botten op de foto te zien zijn.

De röntgenstraling wordt wel doorgelaten door zacht weefsel, maar niet door botstructuren, steen en metaal, dit geeft dus een schaduw, alleen is de schaduw in dit geval wit.

Als we nu eens het hoefbeen óver de doorsnede leggen;

Dan zie je duidelijk wat het verschil is tussen een doorsnede van het hoefbeen en het hele hoefbeen.

Gevaren van het misconcept

Niet iedereen is zich bewust van dit misconcept. Onterecht wordt op een doorsnede gedacht dat het hoefbeen ‘schuin’ staat, terwijl dit waarschijnlijk niet zo is. Het hoefbeen hoort namelijk parallel met de zool te staan of enkele graden daarboven. Bij een röntgenfoto moet je er altijd rekening mee houden dat je naar een driedimensionaal voorwerp zit te kijken, dat is afgebeeld in het platte vlak. Wie denkt vanuit het hele hoefbeen zal ten onrechte een ‘kanteling’ van het hoefbeen zien in een doorsnede. Wie denkt vanuit de doorsnede zal al snel de conclusie trekken dat een hoefbeen schuin hoort te staan op een röntgenfoto.

Een dergelijke vergissing is niet alleen bij beginners te vinden helaas…..