De straal bestaat uit zacht hoorn, de buitenste laag beschermt tegen invloeden van buitenaf. Boven de straal ligt het straalkussen. Het uitzetten van de hoef bij het neerkomen, het hoefmechanisme, kan dankzij deze structuren plaatsvinden. Het straalkussen bestaat uit een elastisch weefsel met collageenvezels. Dit maakt het straalkussen flexibel, maar tegelijkertijd ook sterk. Het is verbonden met onder andere de diepe buigpees ter hoogte van het hoefbeen. Het straalkussen is een belangrijk onderdeel bij de schokdemping. In het straalkussen bevindt zich ook fibreus kraakbeen als kraakbeeneilandjes. Dit type vezelig kraakbeen is voorzien van dicht opeengepakte collageenvezels, dat drukbestendig en trekvast is.

In de achterste helft van de voet bevinden zich ook de tastreceptoren waardoor het paard voelt op welke ondergrond het loopt en zijn tred daarop kan aanpassen (proprioceptie). De tastreceptoren registreren drukverandering en vervorming. De achterste helft van de voet is ook het meest doorbloed.

Een paard krijgt pas een goed ontwikkeld straalkussen als de straal ook voldoende gestimuleerd wordt. Paarden die niet of nauwelijks op hun straal lopen, hebben daarom ook een onderontwikkeld straalkussen. Dit is waar te nemen door de straal en kootholte tussen duim en wijsvinger te nemen en in te drukken. Een goed ontwikkeld straalkussen zal aanvoelen als een stevig opgepompte fietsband, een slecht ontwikkeld straalkussen zal aanvoelen als een slappe weke massa die gemakkelijk in te duwen is.

Bij ongezonde hoeven, hieronder als voorbeeld een bevangen hoef, is ook te zien dat het straalkussen zich niet meer onder het hoefkatrolgebied bevindt en als het ware naar achteren gedrukt lijkt te zijn. Het hoefkatrol gebied is nu overgeleverd aan alle invloeden van buitenaf, direct zonder tussenkomende schokdemping. Dat een paard gevoelig zal reageren in dit gedeelte is evident.

Het kraakbeen samen met het straalkussen, dat uit een flexibeler soort kraakbeen bestaat, vormen samen het ‘flexibele skelet’ van de achterste helft van de voet. Gelukkig kan de hoef van het paard zich aanpassen aan meer stimulans van de hoef en zal daarop reageren door het aanmaken van fibreus kraakbeen.

Relatie met steunsels

Te lange steunsels geven druk in het gebied rond het hoefkatrolbeentje en de diepe buigpees. Lange steunsels die als het ware een schutting vormen links en rechts van de straal zijn wel een indicatie dat de straal grote problemen heeft. De hoef compenseert zelf voor een straal die niet in staat is om mee te doen in de schokdemping. Onderontwikkeld straalkussen, rotstraal of te ver terug gesneden straal kunnen hiervan de oorzaak zijn. Als deze lange steunsels in één keer worden terug gesneden, gaat het paard nog slechter lopen, omdat nu ineens veel meer druk op de straal komt en deze daar nog niet op voorbereid is. Waardoor het paard (weer) gaat toonlanden.

Niet zelden is geconstateerd dat steunsels die te diep waren uitgesneden, razendsnel terug groeiden. Dit heeft niets te maken met een ‘voorraad’ steunselmateriaal dat uit de hoef zou ‘zakken’, hier is gewoonweg geen ruimte voor binnen in de hoef, als wel met het razendsnel repareren van de schade die het lichaam heeft opgemerkt.

Het straalkussen moet aanvoelen als een opgepompte fietsband: genoeg flexibiliteit om schokken op te vangen, maar wel stevig. Slecht ontwikkelde of aangetaste straalkussens voelen meer als een pak yoghurt of pudding. In dat laatste geval moet er zorg en aandacht besteed worden aan de ontwikkeling en stimulans van het straalkussen door middel van pads in hoefschoenen, veel beweging en of kilometers maken op stevige, maar verende ondergrond (bosgrond is ideaal hiervoor). De straal heeft voldoende tegendruk nodig om zich te kunnen ontwikkelen tot een gezonde schokdemper, samen met het straalkussen. Echter het kunstmatig verlagen van hoge hielen, om te proberen de straal meer druk te geven zal averechts werken. De hielen zijn hoger, omdat de straal de druk niet aankan. Als de hielen kunstmatig verlaagd worden, moet er gesneden of geraspt worden in de zool, wat meer gevoeligheid tot gevolg zal hebben en zal leiden tot nog meer op de toon landen en dus nog minder tegendruk voor de straal. Kortom van de regen in de drup.

Belang van beweging

In gedomesticeerde situatie zal een paard altijd minder beweging krijgen dan wat het minimaal nodig heeft om echt gezond te blijven. In het wild leggen paarden vele kilometers af. In dat licht kan het rijden en mennen van paarden gezien worden als onderdeel om ze fit te houden; het tekort aan afgelegde kilometers in de huisvesting kan worden toegevoegd door rijden en mennen. Niet zelden is een hoefprobleem veroorzaakt door een gebrek aan beweging en kan omgekeerd ook aangepakt worden door meer beweging. Uit een onderzoek bij vier paarden op verschillende oppervlaktes is gebleken dat de gemiddelde afstand die afgelegd wordt in een paddock van 6x6m ongeveer 1 a 2 km per etmaal is. Bij een oppervlakte van 1 tot 16 hectare loopt dit op van 5 km tot 7 km. Pas bij een oppervlakte van 4000 hectare loopt de afstand op tot 20 km per etmaal. Het aanleggen van een systeem waarbij het perceel voorzien wordt van een pad rondom, stimuleert paarden om meer te gaan bewegen. Een hooiruif in het midden van een paddock is weinig uitdagend.

Het heeft geen enkele zin om een probleemhoef te gaan bekappen als de huisvesting niet aangepakt wordt. Eerst moet aan de basisvoorwaarden voldaan worden, zonder fundering zal een huis wegzakken, zo is het ook met bekappen. Bekappen kan nooit in geen enkel opzicht een verkeerde huisvesting en gebrek aan beweging compenseren. Een paard op stal of in een kleine paddock kan onmogelijk een gezonde hoef ontwikkelen. Het zal niet de eerste keer zijn dat het ontbreken van de basisvoorwaarde huisvesting afgeschoven wordt op de bekapping, omdat het makkelijker is om de bekapping de schuld te geven dan kritisch te kijken naar de huisvesting.

Een paard dat gevoelig loopt moet altijd comfortabel gemaakt worden, maar waarbij tegelijkertijd de hoef, in dit geval met name de straal, wel gestimuleerd wordt. Dit is eenvoudig te bereiken door het paard hoefschoenen te geven, eventueel met pads.

Heel veel vage kreupelheden waarbij op röntgenfoto’s niks te zien is, zijn in veel gevallen problemen met de zachtere delen in de achterste helft van de voet. Onderontwikkelde straal, slecht straalkussen. Soms zie je op een röntgenfoto wel een aanwijzing, zoals hieronder. Er is duidelijk te zien dat de bovenste voet een naar buiten gedrukt straalkussen heeft. Zelfs als je meeneemt dat de bovenste voet belast is en de onderste niet, mag het verschil nooit zo groot zijn. Een voet mag bij belasting niet ‘instorten’, dan is het straalkussen niet stevig genoeg.

Gelukkig is een hoef geen statisch voorwerp, je kunt een gezonde voet kweken.

Bovenstaand artikel is een uittreksel uit het boek dat hoor bij onze cursus “hoefproblemen een integrale aanpak”