Bijna iedereen heeft op school wel met wiskunde de ABC formule gehad. De leraar schreef een heleboel formules op het bord, waaruit uiteindelijk dan de ABC formule volgde, die je vanaf dan een hoop rekenwerk zou besparen. Alleen begreep je waarschijnlijk nooit echt hoe deze formule tot stand was gekomen, maar je was onder de indruk en zo’n formule ziet er natuurlijk interessant en ingewikkeld uit.

Sommige stromingen binnen het ijzerloos bekappen, proberen te doen geloven dat bekappen absoluut iets heel ingewikkelds is. Bijna net zo ingewikkeld als de ABC formule. Je kunt alleen bekappen als je een heel speciaal inzicht hebt, wat alleen te begrijpen is voor ingewijden. Je wordt om je oren geslagen met plaatjes van hoeven met allerlei cirkels en lijnen erop en je vraagt je af of je nou echt de enige bent die er eigenlijk geen bal van snapt.

Nee dat ben je niet, de rest doet alleen alsof ze het snappen. Hoeven laten zich namelijk niet vangen in vaste maten en afstanden. Wie gaat denken in vaste maten en afstanden gaat onherroepelijk fouten maken. Wie nog eens goed naar wilde hoeven kijkt ziet dat een hoef van nature helemaal niet symmetrisch is en dat hielen best ‘scheef’ kunnen zijn.

Als we een hoefbeen eens van dichtbij bekijken zien we dat het ook helemaal niet zo raar is dat een hoef niet symmetrisch is.

Dit hoefbeentje is duidelijk niet symmetrisch en daardoor zal de hoef dat ook niet zijn. Als je de hoef dan wel symmetrisch gaat bekappen, moet je ergens door de zool heen gaan raspen. Daar gaat het mis; het ideaalbeeld wordt boven de natuurlijke vorm van de hoef gesteld. Elke paard is anders, elke hoef is anders en achterhoeven zijn al heel anders van vorm dan de voorhoeven. Dit komt deels ook doordat de hoeven een andere functie hebben. De voorhoeven zijn gemaakt om het gewicht van het paard te dragen en de achterhoeven zitten aan de voorstuwende motor van het paard vast. Wat hogerop in het paard zie je ook dat de voorhand niet met een bot verbonden is aan de ruggengraat en de achterhand wel.

Als we nu nog eens een wilde hoef van dichtbij bekijken, zien we ook dat deze helemaal niet aan de zogenaamde maten en cirkels voldoen. Zou je deze hoeven langs de meetlat van cirkels leggen, is dit paard beslist bijna aan het instorten en zou je allerlei toeren moet uithalen om de hoeven weer ‘recht’ te krijgen. Als je de op internet circulerende wetten zou toepassen op een wilde voet, zouden ze ook allemaal lijden aan ondergeschoven hielen. Op één of andere manier is het voor mensen ontzettend lastig om los te laten dat de natuur zich niet laat vangen in vaste formules. De paardenwereld is extra gevoelig voor dit soort magische formules, want bij schapen- en koeienboeren zal zoiets er niet in gaan. (In de dressuur zie je het ook met enige regelmaat voorbij komen, zodra het gaat over biomechanica komen de meest wonderlijke cirkels, strepen en pijlen tevoorschijn.)

Een ander hardnekkig misverstand is dat hielen een bepaalde hoogte moeten hebben. Onterecht kreeg natuurlijk bekappen het verwijt dat ‘de hielen altijd laag gezet worden’. Dat is iets wat uit een andere ijzerloze bekapstroming gekomen is. Er circuleren zelfs hielmaatjes voor hoeven, die zouden aangeven dat de hiellengte moet zijn bij een bepaalde stokmaat. Bij het meten van onze kudde (N=7) wordt al duidelijk dat er geen verband is tussen stokmaat en hielhoogte. Voor de technici onder ons, de r-kwadraat ligt ver onder de 0,9, wat zoveel wil zeggen als dat er geen verband is.

Gooi die hielmaatjes dus maar weg, voordat je een stuk van de hielen afhakt en je paard niet meer wil lopen. Het zal niet de eerste keer zijn dat een paard op de ‘perfecte’ hoeven, geen stap meer wil verzetten, terwijl de eigenaar zich afvraagt hoe het kan dat ondanks de perfecte bekapping het paard alsmaar gevoelig blijft.

 

Het fijne aan natuurlijk bekappen is dat het eigenlijk vrij eenvoudig is. Uiteraard moeten eerst voeding en huisvesting aangepast worden, om de voorwaarden voor gezonde hoeven te garanderen. De bekapping zelf houdt in dat je het hoefbeen van de hoef volgt. Omdat de zool direct aan het hoefbeen vast zit, vertelt de zool ons wat de juiste stand is voor dat paard. Je kunt de stand ook niet veranderen zonder ergens in de zool te snijden of te raspen, hier gaat het paard alleen maar gevoelig van lopen. Of je kunt de stand veranderen door ergens een stuk hoefwand te laten uitsteken, maar de hoefwand gaat dan bijna altijd scheuren en brokkelen. De stand van een hoef veranderen is eigenlijk af te raden na het eerste levensjaar, de groeischijven in de benen zijn dan al gesloten, dus je was toch al te laat.